maandag, april 28, 2014

Dag 53 'Mind - i - ficeren' innerlijkgewaarzijn als uiterlijkgewaarzijn onzichtbaar zichtbaar ervaren.


'Mind-i-ficeren'  mijn mind identificeren op 'hoe mijn gebrek aan verbondenheid is ontstaan en onstaat'. Een manier om positief of negatief geladen ervaringen - informatie uit observatie - waaruit reacties ontstaan - tot één herinnering als definities te ontleden met de mogelijkheid tot herdefiniëren. 'Waarom reageert de juf van de eerste klas zo neerbuigend op mijn gedrag? De vraag die me bezig houd zal ik nooit beantwoord krijgen. Of een excuus krijgen. Of uitleg zodat ik begrip kan opbrengen voor haar reactie op mijn gedrag. Want hoe ontstaat gedrag uit gedachten, emoties en gevoelens?' Waar ik verantwoordelijk voor ben is waarom ik doe in hoe ik uiteindelijk handel door mijn reactie op 'mijn' uiterlijk gewaarzijn. Ik verwacht dat anderen mij respecteren en vervolgens ga ik niet mee-eten bij gezamenlijke vrienden. Dit in tegenstelling tot mijn innerlijke gewaarzijn. Dit wil graag samen zijn met mensen die gezelligheid, net als ik, belangrijk vinden. Fysiek aanwezig zijn in HIER ' in het moment en samen delen dat is wat zelf graag wil'. En bij voorkeur onbevangen aanwezig kunnen zijn. Zolang ik handel vanuit afgescheidenheid omdat mijn mindplaatjes de regie over mij voeren zal ik in een sociaal isolement leven. Zolang dit het geval is ben ik verantwoordelijk voor mijn proces. 

Dit proces wordt duidelijk beschreven in 'De praktijk van het Leven'. Een beproefd levensmodel hoe te participeren als één en gelijk. Hierin staat beschreven hoe een nieuw innerlijk gewaarzijn dat vanuit innerlijk gewaarzijn handelt uiterlijk gewaarzijn als spiegel zal uitstralen. In wezen beschrijft dit het proces van voordat ik als mezelf vanuit mijn innerlijk gewaarzijn op uiterlijk gewaarzijn handel, eerst bewust dit innerlijk gewaarzijn bewust maak, alvorens ik handel. Dit innerlijk gewaarzijn na vergeving wat ik uitstraal op mijn buitenwereld. Mijn na zelfreflectie reflectie.

Paranoia door knuffelervaring
Dit innerlijk mind systeem is in contact met anderen en door opvoeding geconstrueerd. Het feit dat ik paranoia wordt bijvoorbeeld van mensen die mij knuffelen. Vroeger zei mijn opa ook al dat de familie van de 'andere kant' zo knuffelig deed en altijd aan je friemelde. Hij vond dat - aan zijn gezicht te zien - maar vreemd. Of ik dit ook zo ervaren had was daarop zijn vraag. Uit goed fatsoen (niet tegenspreken) antwoorde ik bevestigend dat ik dit gefriemel inderdaad net als mijn opa óók vreemd vond waarop hij instemmend lachte. Ik was het eens met zijn argumenten. vanuit mijn wezen had ik knuffelen wel nodig en voelt nu in het bijzijn van anderen die nog vreemd voor me zijn onwennig aan. Mijn innerlijke verbondenheid met mijn innerlijk (essentie) gewaarzijn begon scheurtjes te vertonen. 

Aanpassing kreeg vorm. Nu in het contact met een oude wijze man. Omdat ik angstig was voor kritiek, afwijzing en negatief geëvalueerd worden, ik zocht begrip, werd ik in mijn wezen afgewezen. Ik begon me te wapenen door gedrag aan te leren dat ik situaties ging vermijden. Situaties waarin het gezellig was. Waar mensen samen zijn. Waar geknuffeld wordt. Waarin fysiek contact aanwezig is. Aanraking en knuffels, erkenning en waardering. In mijn huidige innerlijk gewaarzijn heb ik vooraf al afspraken geannuleerd. Niet alleen binnen intieme relaties ook uitnodigingen op feestjes, reünie, werkplekken, aankloppen bij de buren door hond blaf overlast. Ik doe dit om de goede vrede te bewaren. Zodat mijn angst maar niet gezien kan worden. Wat zich echter binnen in mij afspeelt is van een andere orde. Onzekerheid naast zekerheid willen. Leegte naast gezelligheid in contact ervaren. Denken aan de dood en willen leven. Waarom ben ik hier eigenlijk en mijn ervaringskennis inzetten om jongeren tot steun te zijn. 

Als ik nu ergens op bezoek ga ben ik van tevoren al bezig met openingszinnen. Checken of mijn kleren goed zitten. Mijn haar mooi gekampt. Onverwachte dingen schrikken me af als ik in die momenten iets van mezelf moet laten zien. Zo was ik vorige week in een gesprek verbaasd omdat ik werd overvallen door de vraag: 'Wie is Jan eigenlijk'. Uuuuuuhhh. Daarop volgde ook nog knuffels. Aanwezige anderen werden geknuffeld. Ieder een was aardig en begripvol voor elkaar. Er hangt een vredige je bent hier welkom sfeer. Aaaaaaa. Ik werd helemaal in deze sfeer gezogen. Ik heb toen nabijheid ervaren. Een dag later het afscheid. Van iemand waarmee ik anderhalfjaar lang wekelijks gesprekken heb gevoerd. Afscheid nemen van haar begeleiding 'gedachten uitpluizen'contact en oefenmomenten.

Wat ik vanuit mijn conditionering – angst om negatief geëvalueerd te worden, en de afspraak annuleren waardoor ik wegblijf, mezelf 'uit-sluit' vermijding  en daarmee niet negatief geëvalueerd worden voorkom. Mijn imperfectie echter tonen – door te beschrijven zoals ik nu doe – waarmee ik mijn kwetsbaarheid en imperfectie laat zien. Binnen mijn mind benoem ik innerlijk datgene wat ik uiterlijk heb waargenomen. Ik vergelijk mezelf innerlijk zoals uiterlijk. In de contacten met mensen aangaan ervaar ik mezelf in hen. Ik zie mijn reflecties door meten is weten. Dat staat als een paal boven water vast. Wat ik weet en meet zijn mijn ervaringen uit aanpassing, onderwerping, zwijgplicht, loyaliteit en klantvriendelijkheid. En bang om met mijn gezicht in het gras te worden gedrukt. Door speelvriendjes. Mijn moeder die stond te kijken aan de zijlijn. Mijn zusje die het kwam opknappen. Maar waarom deed ik zelf niets? Waarom eigenlijk liet ik dit gedrag toe? Waarom liet ik dit toe? Een holistisch therapeut zei me onlangs dat ik in mijn leven het thema angst heb uit te werken. "Daarom ben je hier lieve man'. Ja duh daarvoor hoef ik haar niet te bezoeken. Was wel weer een bevestiging van het feit dat zelf verantwoordelijk ben voor mijn gewaarzijn. Zo ook anderen in mijn omgeving. Ook zij handelen vanuit hun innerlijk gewaarzijn. Dit begrijp ik waardoor ik met mededogen naar anderen kan kijken. 

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben dat ik mijn angst om contact met anderen aan te gaan heb vermeden en geaccepteerd in dat moment. IK nam mezelf serieus en ik heb geluisterd naar mijn uit voorbeelden en ervaringen opgedaan in angst vertaalde kennis. Deze imperfectie is onmenselijk zo weet ik nu. Voor mij heeft toestaan en aanvaarding van dit gedrag geleid tot verlies van contact omdat mensen afhaken. Mijn gedrag was de perfecte manier om tot dit inzicht te komen. In deze manier van zien ligt geen oordeel. Ik aanvaard de keuzes die ik maak. Ik erken en bespreek. Ik ben mijn schaamte om perfect te zijn gewaar omdat mijn imperfectie een deel is van mijn leerproces.

Ik las ergens dat er moed voor nodig is om onze kwetsbaarheid onder ogen te zien, en dat dit onmogelijk is zolang schaamte mij in de houdgreep heeft. Eerder had ik de gedachte hoe kom ik zo snel mogelijk van dit negatief geladen gevoel af. Dat deed ik door perfectie uit te stralen in de vorm van sussen – drank - of overcompenseren – kleding - en ander uiterlijk vertoon. Onder het mom - als je haar maar goed zit – vanuit de veronderstelling – creëer een beeld - zodat zij mij positief beoordelen - ik er mag zijn – zij vinden mij oké.

Op de vijfde klas kreeg ik door 'teasen' van de juf een oorvijg waarop ik naar huis ben gegaan. Teasen heeft voor mij de functie dat ik test hoever ik kan gaan, dat ik daarop verwacht dat die ander loyaal aan mij blijft en dat er nooit een laatste kans is er altijd een volgende kans zal zijn. Dit proces heeft een functie. Het staat los van oordeel. Het geeft ruimte aan vergevingsgezindheid en het vertegenwoordigt het principe dat we allen een en gelijk waren en dat alles van deze dialectiek in ieder mens aanwezig is en vertegenwoordigt is. Nadat de juf me een oorvijg gaf ben ik dus naar huis gegaan. Dit had ik inmiddels met mijn moeder afgesproken. Ik dacht dat zoals op de eerste klas lagere school voorval gebeurt me niet nog eens. Dat ik urenlang naast de grote schooldeur sta te wachten incident.

Mijn moeder heeft me destijds de haartjes gekamd en met een appeltje terug naar school gestuurd. Inmiddels hadden de tantes telefonisch al onderling contact met elkaar gehad. Ik test om reacties te observeren en hoe anderen hierop reageren. Ik laat mijn eigenwaarde bepalen door de reactie van anderen. Op complimenten reageer ik met argwaan. Ze zullen wel iets van me moeten. Ik ben ook huiverig voor intens en onverwacht fysiek contact in de vorm van knuffelen. Binnen een voor mij nog formele context vind ik het gepast om professionele afstand en nabijheid in acht te nemen. Dit doordat ik onverwacht knuffelig bejegend werd binnen een context waarin ik dit niet had verwacht. Ik onderzoek waarom ik reageer vanuit deze reactie. 

Ook is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken dat kinderen knuffels nodig hebben. Ook de ruimte waarin ze kunnen spelen is belangrijk. Waarin ze met spel hun werled kunnen verkennen. Aftasten en oefening. 


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen